Pijn

Heilig been. Vervloekt been, ja. Het sacro-iliacaal gewricht en mijn onderste rugwervels. Pijn. Zo goed als altijd. De botten. De spieren. De pezen. De zenuwen. Zitten is vaak een nachtmerrie. De kleinste aanraking voelt als een speldenprik. Op slechte dagen een vlijmscherpe, duimbreed dikke naald. Al 6,5 jaar. Elke dag.
Ik denk niet dat het nog weg gaat.
Ik vloek veel, vervloek vaak. Te vaak. Naar het schijnt helpt het als je het kan accepteren. De pijn omarmen, als het ware. Volgens mij is er geen zinnig mens met chronische pijn die nu niet schamper zit te lachen bij die woorden.
Het haalt me neer, toch zo vaak. Aandacht eisend, niet te negeren. Medicatie verdoofd, verdoofd soms zelfs grenzen, en daar schuilt dan weer gevaar in, want de prijs achteraf is dubbel zo groot. Dat went nooit, ook al weet je dat het komt.
Dus bewaak je die grenzen. Je past je aan. Leert leven met je beperkingen, je moet wel, hoe hard je ze ook vervloekt.
Maar de pijn went nooit. Daar is ze weer, trouwer dan de trouwste vriend. Vreemd dat ik me zo vaak eenzaam voel, want ze laat me zelden alleen.
De pijn en ik.
Samen.
Elke dag.
Het lichaam is heilig. Of vervloekt. Wat was het ook weer?

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *